De blog van Kwadraet

Wie speelt die leeft

Adinda Taelman - dinsdag 31 maart 2020

De deuren van de huizen staan open. Niemand zit nog achter zijn computer. Vlinders fladderen, de lucht ruikt naar seringen. Op straat spelen de kinderen, samen. Een buurman speelt accordeon, een andere haalt zijn gitaar en ze spelen, samen. Ik zal mijn mooiste kleedje aantrekken. En ik zal knuffelen, wie eerst? De mensen zullen wenen en lachen, de zon zal haar goud over ons strooien. En nooit hadden we ons zo rijk gevoeld.

Ik weet het wel. Het zal nog lang duren. Het zal maar geleidelijk aan gaan. Het zal onwennig zijn, misschien zijn we bang geworden voor elkaar. De politici zullen kibbelen als nooit tevoren. We zullen ons te pletter moeten werken en consumeren om alles in te halen.

‘Wat als de droom onrealistisch is?’ Tijdens de trainingen oplossingsgericht begeleiden is er altijd wel iemand die deze vraag stelt. Wat doe je bijvoorbeeld als begeleider met een kind dat geplaatst werd door de jeugdrechter en ervan droomt terug thuis bij mama en papa te wonen?

Het antwoord is niet eenduidig. De droom laagdrempeliger maken, zoeken naar kleine stukjes van die grote droom. Geen troostprijzen, maar iets waar je toch warm van wordt. Eerlijk zijn: wind geen doekjes om de werkelijkheid. Maar zorg er ook voor dat je het dromen niet in de kiem smoort. Want het gaat niet enkel om de droom, ook om het dromen zélf.

Dromen is spelen met gedachten. Het is het verkennen van mogelijkheden, verzinnen van scenario’s en uitproberen van rollen. If you can dream it you can make it, zegt Walt Disney, een vaak gehoorde quote in het land van leren en veranderen. Kan je dat dan ook allemaal waarmaken? De middelen en mogelijkheden hiertoe zijn ongelijk verdeeld in deze wereld. Het is zelfs nog erger: teveel mensen komen er nauwelijks toe.

Moet je het ook allemaal waarmaken? Het gaat misschien niet enkel om de realisatie, maar om het dromen zélf. Als ik alles wat ik droom zou realiseren heb ik 7 levens nodig. En de waarheid is dat ik hier maar efkes ben. Genoeg om met een paar dromen aan de slag te gaan en te kunnen spelen met mogelijkheden, samen.

Wie speelt die leeft. Dat is geen tijdsverspilling, geen manier om de tijd te doden. Wie speelt maakt de tijd net levend. Dat weet toch elk kind. 

Reageren?

De staat van verwarring

Adinda Taelman - vrijdag 27 maart 2020

Ik kijk al dagen niet meer in m’n agenda. Wat de komende tijd gaat gebeuren is één groot vraagteken. Plannen is niet van deze tijd, dagen strekken zich uit. Er is meer nu, minder later. Hoe het later zal zijn, weten we niet. Ook niet wanneer ‘later’ terug begint. We weten zoveel niet. We wisten niet eens dat dit zou gebeuren.

Ben je therapeut of coach of iets dat daar soms op lijkt, dan ken je de staat van verwarring. Een beetje verwarring is nodig om te komen tot verandering. Ben je ooit verwikkeld geraakt in een creatief proces, dan ken je het. Ben je ooit verliefd geweest, dan ken je het ook.

Ik heb er soms last van als ik naar een concert of een voorstelling ga. Dan kom ik buiten en weet de weg niet meer. Het laatste wat ik dan nodig heb is een directe omschakeling naar hoe is’t en m’as tu vu. Laat mij maar in de zaal zitten tot de laatste of rondzwerven in de avondlucht. Want eerlijk, ik houd wel van de staat van verwarring. Het is zoals wanneer het licht zich ’s avond terugtrekt in de nacht. ‘Entre chien et loup’ zeggen ze in het Frans, de vormen vervagen: het kan een hond zijn, of een wolf.

Wij mensen hebben de neiging alles op te delen. De tijd in werk en privé, de kunst in disciplines, het rouwproces in fasen, de planten- en dierenwereld in families en soorten. Om nog maar te zwijgen van de hokjes waarin we andere mensen stoppen. Verdeel en heers. Als we ons niet vastklampen aan wat zekerheden en onderscheid, zijn we spartelende stipjes in dit eindeloze heelal en worden we helemaal knettergek van de chaos in ons hoofd.

Kapstokken en handvaten, dat vragen mensen steevast bij de start van een vorming. Maar die zijn niet kant en klaar te verkrijgen. Ik heb er zelf maar weinig. Mijn werk is zowat het tegenovergestelde van verzekeringsmakelaar. Ik weet het ook allemaal niet, maar ik kan je helpen zoeken. Misschien lukt het samen beter om te tasten in het duister, onbekende paden te gaan. Of je gewoon af en toe eens te laten verwarren. 

Onzekerheidstolerantie heet dat in het vakjargon. Daar kunnen we in deze tijd veel van gebruiken. Mijn vroegere collega Marjolein noemde het wankelmoed. Dat klinkt mooier en er gaat ook een grotere betrokkenheid van uit: je laat het niet gebeuren, je maakt er deel van uit. Want dat ‘niet weten’ is een actief werkwoord. Je kan daar heel moe van worden.

Nog dit. Voor wie wankelmoed wil verzamelen: de sterrenhemels zijn prachtig deze week. 

Reageren?

Kwetsbaar

Adinda Taelman - woensdag 25 maart 2020

Ik hou er niet van als mensen zonnebrillen dragen, en ook niet als ze mondmaskers aan hebben. Gisteren zag ik iemand met allebei. De zon was fel, de lucht helder en vol coronabeestjes. Ik snap het wel. Je moet jezelf beschermen.

Zelfbescherming. Daarom dragen mensen maskers, verschuilen ze zich achter muren, kruipen in hun schulp of zetten hun stekels op. Alle begrip. En tegelijk niet zo simpel om dan te verbinden. Of gewoon even contact te maken.

Je kwetsbaar opstellen wil zeggen dat iets van je binnenkant zichtbaar is. Of minstens een beetje mag doorschemeren. Wat daarbinnen zit weet ik niet. Bij mij is het een zootje van onaffe verhalen, wat flarden van iets groots en een vat vol emoties. Voor mij hoef je dus niet te doen of je je boeltje op orde hebt. Ik zie je liever zo.

De ontleding van kwetsbaarheid houdt me al een hele tijd bezig. ‘There’s a crack in everything, that’s how the light gets in’ zingt Leonard Cohen. Er gaat een verbindende kracht uit van kwetsbaarheid, maar ze is niet zonder risico. Ik begeleidde jarenlang de groep van Bind-Kracht, dat zijn mensen met ervaring in de armoede die samen met trainers en docenten vormingen geven aan hulpverleners.

Wat daar gebeurt is een soort herverdeling van het risico: iedereen een beetje kwetsbaar. Sommigen minder, anderen net meer. Als hulpverlener - en bij uitbreiding ook leerkracht, docent, vormingswerker, buurtwerker, vrijwilliger - lijk je soms een ridder op je paard: schoon gepoetste laarzen, een blinkend schild, wapperende idealen. Maar zo werkt het niet. Ik leerde daar als procesbegeleider meer dan ooit op blote voeten te werken, mijn voorbereiding los te laten, me te laten verrassen en raken. Het moeilijke woorden moment, het ‘eye contact’ experiment met de bezoekers uit Zweden, samen kijken naar filmfragmenten en vooral die gesprekken daarna. Veel warmte in die groep, nochtans een bont allegaartje. Allemaal anders, allemaal geraakt. En mensen die groeien.

Corona maakt iedereen met elkaar gelijk, zei iemand, maar dat is niet zo. Of je al sukkelde met je gezondheid. Of je rust vindt in je hoofd en je huis, of misschien niet eens een plek hebt. Of je de rekeningen kan betalen. Of er mensen zijn die je mag bellen, die jou zullen bellen. Sommige mensen lopen meer risico, zij zijn nu kwetsbaarder dan ooit tevoren. En dan heb ik het even niet over besmetting door het virus, maar om uit de boot te vallen. De trein te missen. De pedalen kwijt te raken.

Solidariteitsacties opzetten kunnen anderen beter dan ik, maar als ik me dan toch aan een oproep zou wagen is het deze:

Bescherm je goed, maar vergeet niet je te laten raken. Door een lied, een mens, de lente. Als het maar leeft. Er is nog steeds veel schoonheid voorhanden. We hebben die meer dan ooit nodig om ervoor te zorgen dat we raakbaar blijven. Zodat het sluiten van grenzen en het in ons kot blijven ons tenminste niet met z’n allen een olifantenvel bezorgt. 

Reageren?

Alles met alles

Adinda Taelman - maandag 23 maart 2020

Als jij hoest, adem ik jouw lucht in. Als ik binnen blijf, help ik jou. Als jij het laatste pakt, heb ik niets meer. Als jij naar me glimlacht word ik blij. Je kan er nu niet meer omheen. We zijn afhankelijk. Verbonden met iedereen, met alles. Een ongemakkelijke waarheid voor wie dacht zijn eigen gang te kunnen gaan.

Ik hang graag aan de lippen van mensen die de natuur beschrijven, hoe innig alles verweven is, het kan me eindeloos verwonderen. 

     Een beetje brandnetels zijn goed in de tuin, ze trekken soorten aan die de belagers van de moestuin bestrijden, zoals de lieveheersbeestjes, zij eten de bladluizen op. Geleerd van Herman, de meester van de cursus ecologisch tuinieren volgens de principes van de permacultuur.

    Beuken voeden hun beukenkinderen langs de wortels en ze zorgen er met hun kruinen voor dat ze niet teveel licht krijgen, want dan zouden die kleintjes te snel de hoogte in groeien en hebben ze geen stevige basis. Peter Wohlleben in ‘het verborgen leven van bomen’.

    Er bestaan paddenstoelen met de smaak van garnalen. Gehoord van de gids van een paddenstoelenwandeling in de Liereman op een ochtend toen de nevel de spinnenwebben in beeld bracht.

In de voorbereiding voor de bijeenkomsten met de vrijwilligers van Velt gebruikten we het beeld van het mycelium, het ingenieuze netwerk van schimmeldraden waarvan paddenstoelen slechts de vruchten zijn. Vrijwilligers van Velt organiseren cursussen, opentuindagen, samentuinen, zadenruil. Die momenten zijn de vruchten van hun werk, als het ware de paddenstoelen. Om dat gedaan te krijgen wordt er intens samengewerkt. In die bijeenkomsten haalden we de ‘verbindende krachten’ naar boven: het mycelium, hoe werkt dat? Hoe zorg je dat je mensen vanuit goesting taken op zich nemen, nieuwe mensen zich welkom voelen, er een goede voedingsbodem is voor nieuwe ideeën?

Observeer en handel ernaar. Het is het eerste principe van de permacultuur. In de antropologie heet het ‘participerende observatie’. Beiden hebben gemeen dat ze zich richten op interacties en dynamieken. Het zijn beweeglijke wetenschappen, wat ze bestuderen zit nooit stil. En telkens maak je zelf deel uit van dat veranderende geheel waar je naar aan het kijken bent. Wat je ziet ben je zelf.

Teveel handelen, te weinig observatie. Dat merk ik vaak in mijn leven. De moestuin is een goede plek om te observeren hoe het één inwerkt op het ander. Om dan te zien wat ik heb te doen, te laten. In het bos lukt het nog beter, daar mag ik alles laten. Alleen maar kijken. Het zou overal moeten kunnen. Al te vaak is mijn blik vertroebeld doordat ik me in het hoofd haal dat er allerlei van mij verwacht wordt. Soms is dat ook zo.

En nu? Misschien wel meer kijken, minder handelen. Blik niet vooruit, maar opzij, gericht op de samenhang. ‘De zachte krachten zullen zeker winnen in het eind’. Als wij voor elkaar zorgen, houden wij het vol.

Reageren?

Graag traag. Denk aan alle mensen.

Adinda Taelman - donderdag 19 maart 2020

We vallen uit ons ritme. Ik zie meer mensen wandelen, joggen, fietsen, tuinieren. Ik beeld me in dat ze vandaag  meer tijd hebben om voor eten te zorgen. Ik beeld me in dat ze langer tafelen, misschien meer tijd nemen om te luisteren naar elkaar.

Meer tijd wil niet noodzakelijk zeggen meer aandacht, dat weet ik wel. Je kan je ook vervelen, met iedereen tegelijk willen communiceren, jengelende kinderen rond je hebben, piekeren, panikeren. En zelfs een groot huis kan heel klein worden als de verschillen groot zijn, dat weet ik wel.

Vertragen hoort ook bij mijn vak, het verbindt dan zoveel beter. Meestal moet ik daartoe mensen uit hun ritme halen. Ze hebben de gewoonte te vliegen door hun dagen, willen snel op hun bestemming zijn, er alles uit halen. Want het leven is kort en er is nog zoveel te doen. Maar ‘de ziel gaat altijd te voet’, zei iemand me ooit, op een moment dat de mijne weer eens gestruikeld was.

Tijdens de sociale conditietraining die we hebben begeleid bij Formaat deed ik op de dag rond coaching met een van de groepen de oefening die ik de laatste tijd als ‘slow coaching’ introduceer.

De pauze is voorbij, ik vraag om stilte en nodig hen uit te luisteren naar de geluiden, naar hun gedachten, naar hun adem. Daarna gaat het zo: ze zitten met z’n tweeën bij elkaar. Er is slechts één vraag, een enkele maar, er is tijd, er is aandacht. De opdracht is gedurende die tijd alleen die ene vraag te stellen aan de ander en vooral je aandacht te geven. De ander antwoordt. Als hij of zij stilvalt, en pas dan, herhaal je die ene vraag. Eerst is het onwennig. Vaak geraken mensen hier niet voorbij, het is een moeilijke oefening. Maar met deze groep lukt het wonderwel. De sfeer wordt rustig. Ik hoor meer luisteren dan spreken. En in mijn ogen schieten tranen van ontroering.

Mensen zijn op hun mooist als ze aandachtig luisteren. Hun gezichten worden zacht en open. Er ontspant iets in hun lichaam, de manier hoe ze zitten, hoe hun handen bewegen.

Corona zal veel veranderen. Soms ben ik bang. Meestal hoopvol. Dat zal wel aan mij liggen. Maar toch. Misschien worden we hier met z’n allen mooier van. Misschien is onze ziel op dit moment wel aan een inhaalbeweging bezig?

Reageren?

Vanop afstand nabij

Adinda Taelman - woensdag 18 maart 2020

Ik leerde de schoonheid van paradoxen kennen via Sven, een vroegere collega. Liefdevol confronteren. Onthecht engagement. Loslatend sturen. Van Kristof, een andere collega van vroeger, onthoud ik voor altijd ‘passionele afstand’.

En dan is er nog ‘festina lente’, haast u langzaam. Die is van keizer Augustus, geloof ik.

Een paradox is een schijnbare tegenstelling. Het heeft iets weg van poëzie: er ontstaat een nieuwe ruimte tussen woorden. Maar in een paradox worden twee begrippen samengevoegd die elkaars tegenpool lijken. Gevolg: de tussenruimte trilt van de spanning, er hangt iets ongrijpbaar in de lucht. In dit niemandsland kan je helemaal verstrikt geraken. Tenzij je mee beweegt.

Een 10-tal dagen terug, intervisie met teamverantwoordelijken in de kinderopvang. Het gesprek gaat over loslaten. Iets niet doen is moeilijk: je bent bezorgd om de andere medewerkers, het team, de toekomst, je ziet wat er moet gebeuren. Maar als je mensen écht ruimte wil geven om te leren met vallen en opstaan, als je wil dat ze zélf dingen gaan oppakken, is het ook een kwestie van loslaten.

Wat niet wil zeggen dat je moet stoppen met verbinden. Loslatend verbinden. Mijn werk gaat zo vaak over het hele leven. In mijn gedachten verschijnen m’n opgroeiende zonen. Maar ook de mensen om me heen die onlangs een dierbare verloren. Verbindend loslaten. Om van de liefde hier maar te zwijgen.

Deze coronatijd zit vol paradoxen: 
Vanop afstand nabij zijn. Dat vind ik de moeilijkste, ik ben zo graag nabij. 
Wachten en verantwoordelijk nemen. Ik ben geen frontsoldaat, het lijkt nu alsof ik zoveel niet kan doen, wat staat me dan te doen? 
Terugplooien en ontplooien. Het is tegelijk ook lente. Ik zag vandaag de eerste vlinder. 

Er zijn er vast nog meer. Ik verzamel ze. Paradoxen geven me bewegingsruimte. Als je er nog weet, laat je dan horen?

Reageren?

Werken met groepen in tijden van sociale afstand

Adinda Taelman - maandag 16 maart 2020

Wat is mijn werk de komende weken?

Ik ben behoorlijk in de war. Gewoonlijk ben ik een nomade, ik reis van groep naar groep. Mijn stiel speelt zich altijd tussen mensen af. Ik probeer te maken dat ze zich welkom voelen, wie ze ook zijn, gehavend en volmaakt, pril en volleerd, de frons op het gezicht, de glimlach nog verborgen, met hun stamelen, blozen, afwachten, testen. En dat ze dan een beetje dichter komen bij wat ze belangrijk vinden, wat hen beweegt, wat die anderen beweegt. Dat eerst. Dan pas is er een groep. (Wat daarna gebeurt is als het maken van een kunstwerk, het gaat soms bijna vanzelf. Maar daar zal ik het voorlopig niet over hebben.)

Wat nu het coronavirus ons allen in zijn greep houdt? Wat doe je als verbinden je werk is? Dit is mijn antwoord voor vandaag:

1. Toch een blog.
Ik zie de mensen liever in het echt dan online. Daar blijf ik bij. Maar ik zal me over mijn schroom en mijn tegenwerpingen heen zetten en probeer de komende weken een blog te schrijven over hoe we kunnen verbinden. Ik hoop daarmee het werk warm te houden, en misschien her en der wat verbinding. 

2. Het kleine ontmoeten.
Vanavond in het schemerlicht liep ik rond de Bourgoyen in Gent. Het is dan meestal stil. Nu waren er nog lopers, wandelaars met en zonder hond. Ik knik, glimlach. En ik aanvaard in dank elke glimlach, elke knik, soms zelfs gewoon een blik. Dat vriendelijk gebaar van een onbekende geeft me het gevoel dat ik verbonden ben met iedereen. Ik word me plots bewust hoezeer ik daaraan gehecht ben, hoe schaars dit nu is. We kunnen bellen, mailen, chatten, enzovoort, maar dat doen we vooral met bekenden. 

Dit neem ik me voor: de komende weken zal ik vooral thuis zijn, maar soms zullen mijn wegen die van anderen kruisen. Op straat, in de winkel, op de fiets, in de natuur…  net daar kan ik mijn bubbel doorprikken en - vanop afstand - glimlachen, knikken, verbinden. Net in deze tijden lijkt me het ‘kleine ontmoeten’ groots.

Heb je een vraag of opmerking of wil je reageren op dit artikel? Stuur een mailtje naar Adinda

Reageren?

Aanmelden voor onze nieuwsbrief

Door je aan te melden voor de nieuwsbrief ga je akkoord met de privacy verklaring