Terug naar alle blogs

#12 DE EMMERS ZIJN VOL

Geschreven door Adinda Taelman op 17/04/20

Als het hamstertje uit het kinderboek. Haar wangen staan helemaal bol van de lieve woordjes. Mama en papa  hamster zien het niet. Geen tijd. Dat denken ze. Nu niet. Dat zeggen ze. Straks misschien. Maar intussen groeien die lieve woordjes aan, het worden er meer en meer. Tot het arme hamstertje niets meer kan zeggen of doen. Ze zou zich verslikken. Het zou kunnen ontploffen, overstromen. Omdat het te vol is. Gewoon veel te vol.

Net even gebeld met een collega. Omdat het te vol zat. Ik kreeg er nauwelijks nog een boterham bij, laat staan dat ik naar de bakker kon om een brood te vragen zonder daar in huilen uit te barsten. Soms is het verdriet. Het kan evengoed iets anders zijn. Dan heb ik het nodig iemand te vertellen dat ik twee eekhoorns heb zien spelen in de ochtendzon. Daarna gaat alles beter.

De buik is ervan vol. Het hart loopt ervan over. Op de lever ligt iets. Op de schouders weegt het. En ik kan het maar niet over m’n lippen krijgen. 

Emoties horen bij mensen net als hun lijf. Voor dat laatste zorgen we meestal nog iets beter. Corona heeft onze gezondheid hoog op de agenda gezet. Maar waarheen nu met het verdriet en de boosheid? Wat met de angst? En dan de blijdschap nog. En ja ook de liefde. Kunnen we dat echt allemaal binnen houden? 

Maar wacht. Even wat misverstanden voorkomen. Ik heb (meestal toch) niet zoveel tijd nodig. Wat ik ook niet nodig heb is dat je het voor me oplost. Of dat je me helpt. Zelfs niet dat je het helemaal begrijpt. Wel dat het mag zijn zoals het is. Als het ruimte krijgt verdwijnt het vaak vanzelf. En nog eentje: het is niet omdat ik soms ween dat ik daarna niets zinnigs te zeggen heb.

Net als in de sport begint werken met een groep best ook met een opwarming. ‘Check-in’ heet dat in de termen van Deep Democracy: het moment waarop we ruimte maken voor wat leeft bij elk. Ieder mag er zijn. Kan kort. Soms is meer tijd nodig, omdat je die anders nadien toch verliest. Als het eerst gezegd kan worden, mag het bestaan. Minder blessureleed. De hoofden kunnen helderder denken. En het hart is ook mee. 

Ik ga me nooit meer laatdunkend uitlaten over mensen die praten over het weer, zo schrijft filosoof Sylvain Tesson vanuit de afgelegen blokhut in Siberië waar hij 6 maanden verbleef. Hij kwam er de kracht van de elementen tegen, maar ook zijn eigen emoties.

Misschien is het met die emoties wel net als met het weer. Zittend in het eerste lentezonnetje of op je fiets zwoegend tegen wind en regen: je weet weer dat je leeft. Proberen tegenhouden of veranderen is zinloos, dus verspilling van energie. Het is altijd anders, gaat altijd ook voorbij. En het heeft lucht nodig. 

Reageren?

Aanmelden voor onze nieuwsbrief

Door je aan te melden voor de nieuwsbrief ga je akkoord met de privacy verklaring